Diezelfde vraag kwam de afgelopen jaren vaker op. Maar ik kon haar iedere keer ook weer loslaten. Hetzij door zelfstandig omdenken, door geruststellende woorden van een ander of gewoon door een vorm van vergeetachtigheid – lees: verdrongen door de sleur van de dag. Wonen bij Fokus ervaar ik vanaf het begin als een vorm van vrijheid. Ondanks mijn beperkingen en het fysieke inleveren bleef ik mijn zelfstandigheid behouden en daarmee mijn eigen regie. Er waren weinig obstakels die die vrijheid konden inperken.
Tot het enthousiasme een aantal jaren geleden een flinke deuk opliep, toen er in korte tijd opeens enkele medewerkers ontslag namen. Dat was destijds wel even schakelen, want plotseling neigde mijn wereld – en zeker ook die van anderen, zowel cliënten als ADL-ers – naar een situatie met een vleugje wanhoop. Het waren andere tijden dan vandaag de dag. Hoewel er via de media al onheilspellende toekomstbeelden werden geschetst over personeelstekorten in de zorg, hadden we hier tot dan toe voldoende medewerkers rondlopen. Zo’n dip kwam emotioneel hard aan.
Een gevolg was dat het vrijblijvend oproepen van assistentie niet langer vanzelfsprekend was. Aan ons cliënten werd gevraagd om zoveel mogelijk oproepmomenten te bundelen. Vanuit die ervaringen ontstonden ook de eerste doemscenario’s. Stel dat er een moment komt waarop ik, vanwege een personeelstekort, niet meer hier kan wonen met mijn – ook toen al – veelzijdige hulpvraag. Maar dat bleek een storm in een glas water, zeker in vergelijking met wat nog zou komen. Inmiddels, na meerdere ervaringen met vertrekkende medewerkers, is bij het aanvragen van assistentie rekening houden met het personeel niet meer dan de gewoonste zaak van de wereld.
De momenten waarop ik de laatste jaren met enige regelmaat word geconfronteerd met een beperkende factor wakkerden diezelfde vraag opnieuw aan. Hoelang zou ik hier nog kunnen blijven wonen? Wonen bij Fokus vraagt immers om het hebben én behouden van eigen regie. Wanneer mijn stem minder krachtig wordt, heeft dat ook daarop invloed. Ook hierover ben ik meermaals gerustgesteld. Toch kan ik niet ontkennen dat er ergens achter in mijn hoofd twijfel blijft hangen. Hoelang kan het elastiek om mijn veilige wereld nog worden opgerekt? Mijn hulpvraag zal alleen maar toenemen, terwijl het aantal medewerkers ondertussen juist de andere kant op lijkt te gaan.
Onlangs lag ik opnieuw in het ziekenhuis met een blaasontsteking. Na enkele dagen kwam een zaalarts mij vertellen dat ik in principe weer naar huis kon. Maar zij had begrepen, na contact met Fokus, dat men nog twijfelde of ik daar wel de juiste zorg kon krijgen. Mijn reactie laat zich raden. Jeetje, zulke signalen had ik nooit eerder gekregen. Wel dat men mij natuurlijk niet voortdurend kan vertroetelen als ik met hoge koorts ziek ben. Maar daarbuiten toch wel?
En nu? Verhuizen? Tijdelijk ergens worden opgenomen?
Niet veel later kwam dezelfde arts opnieuw bij mij. Ze had vervelend nieuws: er was alsnog een verkeerde bacterie in de urinekweek aangetroffen. U moet nog een dag langer blijven. Het goede nieuws: ‘Sorry, ik had Fokus verkeerd begrepen. U kunt gerust naar huis.’