Navigatie overslaan
Artikel

Vrienden

Geert Jan den Hengst - cliënt

Zij vroeg om zo dadelijk wat vogelvoer te mogen komen ophalen. Uiteraard en ik wist direct welk verhaal hierachter zat. Of er was sprake van een zeer grote toevalligheid. Even later vertelde mijn bovenbuurvrouw wat ik al verwachtte. Sinds een tijdje zat er geregeld een duif op haar balkon.

Al een aantal weken had ik een nieuwe vriend. Op een donderdagavond werd ik op mijn balkon door een ADL’er geholpen met eten, toen er opeens een duif kwam aangevlogen. Aanvankelijk paradeerde deze nog aan de buitenzijde van de balustrade. Maar daarna dook meneer of mevrouw tussen de spijlen door en kwam iets dichterbij. Degenen die mij hielp was nog vol verwondering. Mijn euforie was iets minder groot, omdat ik wel vaker vogels op mijn balkon mag ontvangen.

Bij de Fokus-medewerkster werd enige nervositeit zichtbaar toen de duif plots een meter hoger op de balustrade plaatsnam, dus moest fladderen. Lopen, huppen of vliegen waren prima, verklaarde ze, maar fladderen absoluut dus niet. Als het beestje weer naar het balkon afdaalt, gaat zij liever achter mij staan. Ook als de duif mij tot dichtbij nadert. Maar eerlijk is eerlijk, als het beest plots rechtsomkeert maakt en richting mijn woonkamer wandelt, treedt zij daadkrachtig op. De duif is inmiddels al zo’n twee meter naar binnen gelopen, maar zij weet met wat zaadjes de duif weer naar buiten te lokken. Of misschien was het ook gewoon mazzel. Die zaadjes waren op dat moment rijkelijk voorradig in daarvoor bestemd voederbakje, hangend aan mijn balkonreling. Zal ik uitleggen.

Enkele jaren geleden werd ik enthousiast gemaakt om, in de maanden dat zoiets voor hen wenselijk is, vogels te bedienen met voedsel. Een vriendin van mij vertelde bevlogen over haar gevleugelde vrienden. Maar mijn eerste bakje met zaadjes trok nauwelijks vogels. In plaats daarvan begonnen deze op den duur zelfs te ontkiemen. Een beetje frustrerend Daarop maakte iemand voor mij een grote vogelplank, waarop vogels zich tegoed konden doen aan zaadjes, pindakaas en vetbollen. Een walhalla!

Net als vorige jaargangen haalde ik deze richting de zomer weer naar binnen. Immers, nu zouden mijn vrienden zelf aan voedsel moeten kunnen komen. Toch? Echter, noem het egoïsme, zelfvermaak of ik heb gewoon een te groot hart, toch werd er weer een vogelzaadbakje opgehangen. Vogels bleven op mijn balkon om eten vragen, leek het! En laat daar nou die avond mijn grote vriend op afkomen. Het beest leek uitgehongerd en bleef maar eten en chillen. Het gaat om een postduif en deze draagt ringetje om zijn poot.

De duif komt meerdere malen per dag langs om te happen. Dat vind ik dus erg leuk, de duif om specifieke redenen idem. Ik kijk er naar uit, de duif volgens mij ook. Win-win toch? Ergens knaagt het, want moet ik niet de eigenaar zoeken? Waarom eigenlijk? Onlangs was ik aan het eten en ging de duif eerst op mijn schouder zitten, daarna op mijn hoofdsteun. Was dit een teken van vriendschap of ging het om ordinaire brutaliteit? Vermoedelijk dat ene.

Mijn bovenbuurvrouw krijgt ook vaak bezoek en is inmiddels dus ook verkocht. Andere buren niet, maar die klagen al om het minste geringste.

Alleen is het jammer dat het beest zoveel poept